Interview Raad van Toezicht

Raad van Toezicht: ‘Het gevoel: we gaan het samen doen, leeft steeds meer’


Leden van de RvT (vlnr): Peter Bosma, Sam Terpstra, Fenna Eefting, Breun Breunissen, Rieke de Vlieger, Ton de Winter en Wieb Boerma

Breun Breunissen en Rieke de Vlieger zijn respectievelijk voorzitter en lid van de Raad van Toezicht van Landstede Groep. Een gesprek over positieve ontwikkelingen, uitdagingen én kansen. ‘Het voordeel van de enorme omvang van Landstede Groep moet zichtbaarder worden.’

Medio 2015 spraken we elkaar voor het eerst. Wat is sindsdien jullie hoogtepunt met betrekking tot ontwikkelingen binnen Landstede Groep?
Breun: ‘Van alle moeilijke dossiers vind ik het onderbrengen van de Internationale School Eerde in een nieuwe setting met een grote rol voor het bedrijfsleven het mooiste resultaat. Hierdoor kon de school blijven bestaan en zijn de werkgelegenheid en het internationaal onderwijs voor de regio behouden gebleven. In het algemeen ben ik het meest tevreden over het verbeteren van de onderwijskwaliteit binnen het mbo, dat die van het vo beter verankerd is en dat de financiën op orde zijn.’

Rieke: ‘Mijn hoogtepunt zijn de werkbezoeken waarmee we twee jaar geleden zijn begonnen. Er komt dan van alles op tafel: zorgen, hoogtepunten en plannen voor komend jaar. De visie en de passie spatten er vanaf. Het is heel inspirerend.’

Er zijn ook stappen gemaakt in de borging van de onderwijskwaliteit. Wat heeft dat opgeleverd?
Rieke: ‘Die borging is beter beschreven. Dat is centraal gebeurd in nauw overleg met de portefeuillehouders van de scholen. We krijgen nu een analytischer en pro-actiever beeld van de kwaliteit van de scholen. Daardoor zijn we beter in staat om het gesprek daarover aan te gaan met het bestuur.’
Breun: ‘En we hopen natuurlijk dat de scholen zelf eerder ingrijpen als zij zien dat het de verkeerde kant op gaat, zodat de inspectie er ons achteraf niet op hoeft te wijzen.’

Rieke de Vlieger en Breun Breunissen

Wat zien jullie als uitdaging voor de scholen?
Rieke: ‘Dat is, zoals in veel organisaties, de Plan Do Check Act-cyclus. Daarmee kun je kwaliteit van veranderingen en verbeteringen bewaken. Plan en Do gaan vaak wel goed. Check en Act blijken in de praktijk moeilijker. Dat is een uitdaging van de Serviceorganisatie en de scholen samen. De kwaliteit moet echt onder de huid van de docenten gaan zitten. Nog meer dan nu het geval is. Docenten moeten kwaliteitsmanagement niet ervaren als een controlemechanisme, maar als iets wat er continu bij hoort en wat van hen is.’

Wat zijn kansen en bedreigingen voor Landstede Groep?
Breun: ‘Voor het mbo is het vasthouden van ons marktaandeel een uitdaging. Een kans is een betere doorstroming van het vmbo naar het mbo. Als je kijkt naar de vo-scholen, dan is het teruglopende leerlingaantal een bedreiging. Dat komt door demografische ontwikkelingen, dus dat is ons niet aan te rekenen, maar daar moeten we wel tijdig op anticiperen.’
Rieke: ‘Dus voorkomen dat we in financiële problemen komen door op tijd gebouwen af te stoten of het goede doen in personeelsbeleid.’

“De meerwaarde van Landstede Groep biedt kansen” Wat bijvoorbeeld?
Breun: ‘De enorme omvang van Landstede Groep biedt hier een enorme kans. De moeilijkheid is dat de mbo-scholen én de afzonderlijke vo-scholen allemaal zijn ondergebracht in eigen stichtingen. We moeten slim zoeken naar mogelijkheden om medewerkers ook op andere scholen binnen Landstede Groep te kunnen inzetten als dat nodig is. Dat ligt juridisch niet voor de hand, maar het CvB kan daar wel degelijk voor zorgen. Als RvT hebben we tegen het CvB gezegd dat de meerwaarde van Landstede Groep beter moet worden aangetoond. Dit is een van de zaken waarmee dat kan.’

Rieke: ‘Je moet het kleinschalig doen waar het kan en grootschalig waar het nodig is, zodat het aan alle kanten een win-win situatie is.’

Breun: ‘Dat is ook het idee achter de herinrichting van de Serviceorganisatie en de Bestuursdienst. Je moet niet voor elke stichting het wiel opnieuw uitvinden, maar slimme dingen ontwikkelen en samen specialisten betalen voor werkzaamheden die je als individuele stichting niet in de lucht kunt houden. Dan moet je denken aan HR, onderwijsontwikkeling, financiën, scholing van docenten, administratie en ICT. Een doelstelling is dat de Serviceorganisatie daardoor 10% goedkoper wordt en dat de kwaliteit verhoogd wordt. Dat kan, maar dat zal een paar jaar kosten.

“Kleinschalig waar het kan en grootschalig waar het nodig is”
Welke kansen liggen er nog meer?
Breun: ‘Zorgen dat je, met name in het mbo, écht opleidt voor de arbeidsmarkt. Dat willen we samen met stakeholders oppakken. We moeten letterlijk en figuurlijk dicht bij de bedrijven zitten om te weten waar de praktijk straks behoefte aan heeft, om te weten hoe je kunt samenwerken om de studenten daarvoor op te leiden en om aan te haken bij nieuwe ontwikkelingen. We nemen dit ook mee in de ontwikkeling van de nieuwe strategienota.’

Rieke: ‘We streven naar netwerken waar onze opleidingen, andere onderwijsinstellingen en het werkveld deel van uitmaken. De kindberoepen zijn daar een goed voorbeeld van. De afgelopen jaren is daar door het CvB en de directeuren en medewerkers van die opleidingen hard aan gewerkt. Er wordt nu veel samengewerkt met bijvoorbeeld de Katholieke Pabo Zwolle en Hogeschool Viaa en er is een kindberoepenboulevard in Zwolle. Doordat alle instellingen op een campusachtige locatie zitten, ontstaat er als vanzelfsprekend samenwerking, inclusief de ontwikkeling van een Associate degree, zodat mbo’ers naadloos kunnen doorstomen naar een hbo-opleiding.’

Breun: ‘Een ander voorbeeld is de gezondheidsboulevard, met onder meer ziekenhuis Isala en revalidatiecentrum Vogellanden. We willen ook graag samenwerkingen stimuleren met onderwijsinstellingen die je als concurrent zou kunnen zien. Je moet er samen voor zorgen dat je voor de regio de beste opleidingen aanbiedt. Het bestuur speelt daarbij een grote rol. Ook bij het organiseren van de financiering daarvan, bijvoorbeeld door aanvragen bij het Regionaal Investeringsfonds mbo.’

Je noemde al even de nieuwe strategienota. Wat is jullie rol daarin?
Breun: ‘De strategienota is ontwikkeld door het CvB, maar het is wel de taak van de RvT om er op toe te zien dat er voldoende aan de toekomst gewerkt wordt. In november vorig jaar heeft het CvB een eerste aanzet gemaakt. Tijdens een themabijeenkomst van de RvT hebben we input gevraagd van twee externen: Doekle Terpstra en Hartger Wassink. We hebben aan hen gevraagd hoe zij Landstede Groep zien en welke trends, kansen en bedreigingen er in hun ogen zijn voor het mbo en het vo. Ook zijn de demografische ontwikkelingen per gemeente en de arbeidsmarktontwikkeling geïnventariseerd.’

Rieke: ‘In april 2018 zijn we begonnen met het onder de loep nemen van onze kernwaarden. Staan we er nog steeds achter? Klopt de huidige formulering nog? We kijken ernaar met een frisse blik en met voortschrijdend inzicht. Dat doen wij niet alleen, ook de directeuren en de medewerkers van de scholen zijn hier mee bezig. De kunst is dat als de strategienota er ligt, er zoveel mogelijk medewerkers bij betrokken zijn geweest, net als de Studentenraad. Iedereen moet het gevoel hebben: dit gaat over mij. Ik sta hier achter.’

Wat moet er wat jullie betreft zeker in?
Breun: ‘Er moet aandacht komen voor de doorlopende leerlijn van het vmbo naar mbo. Voor de manier waarop je handen en voeten geeft aan de samenwerking met strategische partners en hoe je samen opleidt voor de arbeidsmarkt.’

“Iedereen moet het gevoel hebben: dit gaat over mij”
Rieke: ‘Het voordeel van de grote Landstede Groep-organisatie moet ook zichtbaarder worden. Een belangrijk punt daarbij is het stimuleren van samenwerking en kennisuitwisseling tussen scholen.’
Breun: ‘Dat er meer van elkaar geleerd zou worden, was al één van de grote wenspunten van de afgelopen jaren.’
Rieke: ‘Ik zie daarin al wel een vooruitgang. Tijdens de werkbezoeken merk ik dat directeuren anders met elkaar spreken. Een wereld van verschil.’
Breun: ‘Het gevoel: we gaan het samen doen, dat leeft steeds meer.’

Bron: ZinMag Editie 4_2018