Onderzoekslijn 4

De roep om docenten met onderzoekend vermogen wordt steeds groter. Docenten in het mbo werken in een complexe omgeving en vervullen dagelijks diverse rollen en taken waarbij er vraagstukken naar voren komen waar geen pasklaar antwoord voor is. Onderzoekend vermogen helpt om op een systematische, onderbouwde manier naar antwoorden te zoeken en continu in ontwikkeling te blijven als individu én als team. Het is belangrijk om het onderwijs up-to-date te houden en zo aan te sluiten op de voortdurende veranderende beroepspraktijk. Docenten met onderzoekend vermogen benutten kennis, doen onderzoek, zijn reflectief en hebben een onderzoekende houding.

Onderzoekslijn 4:
De bijdrage van (in)formele professionaliseringsactiviteiten aan onderzoekend vermogen van docenten(teams).

De veranderende beroepspraktijk, de diversiteit in de samenleving, studentenpopulatie en onderwijsvormen vragen om responsiviteit van docenten(teams); het betekenisvol omgaan met informatie die op iemand afkomt (Hagedoorn & Medendorp, 2020; De Jong & Coenders, 2017). De dynamische onderwijspraktijk vraagt om onderzoekende, innovatieve en wendbare professionals (De Jong & Coenders, 2017; Donker van Heel & Achtereekte, 2018; Onderwijsraad, 2014b; Andriessen; 2014). Het onderzoekend vermogen van docenten en teams is van grote waarde. Van docenten en teams wordt gevraagd om kritisch te zijn, zichzelf voortdurend te ontwikkelen en een bijdrage te leveren aan de ontwikkelingen in de beroepspraktijk; het liefst op basis van voldoende onderbouwing en bewijs. Naast kennis, is het van belang om buiten de grenzen van het eigen vakgebied te kijken en in staat te zijn om op een kritische manier op zoek te gaan naar kennis of waar nodig, nieuwe kennis te ontwikkelen (Van der Velde, Munneke, Jansen & Dikkers, 2020).

 

Het onderzoekend vermogen van de mbo-docenten en teams richt zich op het voortdurend onderzoeken, reflecteren en ontwikkelen van de dagelijkse onderwijspraktijk met als doel aan te blijven sluiten op de beroepspraktijk en de onderwijskwaliteit te verbeteren. In het kader van de onderzoekende professional wordt ook vaak gesproken over de reflectieve professional waarbij reflectie onderdeel is van het onderzoekend vermogen van een docent (Thielen e.a. 2020; Enthoven & Oostdam, 2014). Onderzoekend vermogen daagt o.a. uit tot reflectie, kritisch en nieuwsgierig zijn en bestaat uit vier pijlers, namelijk: kennis benutten, onderzoek doen, reflectief zijn en een onderzoekende houding hebben (Thielen e.a., 2020; Andriessen, 2014). Een docent met een onderzoekende houding is kritisch, wil dingen weten en begrijpen hoe het zit, neemt niet snel genoegen met een antwoord, durft een ‘eigen’ richting te kiezen, is bereid iets vanuit verschillende perspectieven te bekijken en wil graag delen met en leren van anderen (Bruggink & Harinck, 2012). Deze onderzoekslijn richt zich op het stimuleren van onderzoekend vermogen van docenten én teams in de context van het mbo. Er is veel geschreven over de aspecten van het onderzoekend vermogen, zoals onderzoek doen en de onderzoekende houding van onderwijsprofessionals. Echter, er is beperkte kennis over mogelijke manieren om het onderzoekend vermogen van docenten(teams) in de dagelijkse praktijk te stimuleren in de context van het mbo.

Het staat nog niet hoog op de agenda van de organisatie, teams en docenten. Aanvullend onderzoek is nodig om inzicht te krijgen in mogelijke interventies en manieren die helpen om het onderzoekend vermogen van mbo-docenten en teams te stimuleren (Brouwer, Doppenberg, Boersma, Wagemakers & van Batenburg, 2021). Het practoraat doet onderzoek naar:

  1. Wat het onderzoekend vermogen van docenten en teams is;
  2. Wat de percepties van mbo-docenten(teams) zijn ten aanzien van onderzoekend vermogen;
  3. Welke typen professionaliseringsactiviteiten en eigenschappen van activiteiten bijdragen aan het stimuleren van het onderzoekend vermogen van mbo-docenten(teams);
  4. Hoe het onderzoekend vermogen relevant wordt en blijft voor mbo-docenten en teams.

De bijbehorende hoofdvraag van deze onderzoekslijn is: “Welke (in)formele professionaliseringsactiviteiten dragen bij aan het stimuleren, ontwikkelen en duurzaam benutten van het onderzoekend vermogen van de mbo-docenten en teams?

Onderzoeksopzet

Dit onderzoek doen we in samenwerking met docenten en teams op de werkplek. Hierdoor wordt de toepassing en doorwerking van de opbrengsten van onderzoekend vermogen bevorderd (Ponte, 2012). Naast theoretische inzichten, worden in deze onderzoekslijn professionaliseringsactiviteiten in co-creatie ontwikkeld en uitgevoerd in de dagelijkse praktijk met als doel het onderzoekend vermogen van mbo-docenten en teams te stimuleren. De ontwerpgerichte aanpak van deze onderzoekslijn ondersteunt het proces om te komen tot nieuwe toepassingen, nieuwe creatieve praktijken en creatieve oplossingen in samenwerking met de docenten(teams) binnen Landstede Groep. De ontwerpgerichte aanpak nodigt uit om mee te denken, samen te werken en te onderzoeken (Van Aken & Andriessen, 2011). Het practoraat wil door dit praktijkgericht onderzoek bijdragen aan de bewustwording van het belang van onderzoekend vermogen en richt zich op het stimuleren en ontwikkelen van het onderzoekend vermogen van mbo-docenten en teams met als doel een bijdrage te leveren aan de onderzoekscultuur én onderwijskwaliteit van Landstede Groep.