Onderzoekslijn 3

Het middelbaar beroepsonderwijs bevindt zich midden in de samenleving en wil innovatieve, onderzoekende en wendbare professionals voor de toekomst opleiden. De docent heeft innoverend vermogen nodig om enerzijds mee te bewegen met innovaties van de beroepspraktijk en het onderwijs en anderzijds om een voorbeeld te zijn voor studenten. Een innoverende docent is ondernemend, ambitieus en creatief (Ridder, 2020). Hij neemt deel aan netwerken waarin innovatie een belangrijke rol speelt en bedenkt, introduceert en past hierbij nieuwe ideeën toe. Wat is er nu nodig om dit innoverend vermogen van mbo-docenten te ontwikkelen?

Onderzoekslijn 3:
Ontwikkeling van innoverend vermogen van mbo-docenten als sleutel voor wendbaarheid.

Innoverend vermogen van docenten is nodig, maar een opdracht is dat niet. Van docenten responsiviteit gevraagd; (De Jong & Coenders snel en krachtig kunnen inspelen op nieuwe informatie en krachtig oefenen van veerkracht, adaptief vermogen en pro-activiteit (De Jong & Coenders-Schmitz ea, 2020; MBO Raad, 2015b; WRR, 2013). kennis, vaardigheden en gedrag van docenten voor zowel onderwijsontwikkeling als onderwijsuitvoering, die tot vakmensen die 21-eeuwse vaardigheden en innovatief zijn (Platform Onderwijs2032, 2016; Voogt & Roblin, 2012).

Ceciel Korsmit MEd

Docentonderzoeker

Een innovatieve docent is continu in beweging; hij bedenkt hoe het beter kan, is extern georiënteerd, netwerkt en actief zet dit in, leest over het vak, gaat bij anderen te rade, enthousiasmeert collega's en ontwikkelde zelf een ontwikkelinge aanpak. Die kritische blik op het laterar resultaat en reflectie is de kern van innovatie, (Klaeijssen van innovatie, 2015). Bij innoverend vermogen gaat het om een ​​combinatie van persoonlijke talenten, kennis, vaardigheden en houding (Van de Braak & Bruining, 2020). Een docent met innoverend vermogen is in deel in staat om te beginnen met netwerken. Hierbij wordt gedrag van de docent gericht op het gehele proces van het verkennen van kansen, het ontwerpen van ideeën het promoten, realiseren en duurzaam van deze ideeën (Lambriex-Schmitz). Voorwaardelijk voor het proces van innovatie is creativiteit (Lambriex-Schmitz ea, 2020). De docent heeft een voorbeeldrol. Studenten innoveren en creatief vermogen eigen maken, vragen om innoverende en creatieve docenten (Van de Braak & Bruining, 2020). Innovatie en innovatie gaan hand in hand. Hierbij is het creatief proces om de originele en ideeën te ontwikkelen en innovatie het proces om nieuwe ideeën om te implementeren in de praktijk wordt uitgevoerd (Lambriex-Schmitz, 2020; Robinson, 2013). Voorwaardelijk voor het proces van innovatie is creativiteit (Lambriex-Schmitz ea, 2020). De docent heeft een voorbeeldrol. Studenten innoveren en creatief vermogen eigen maken, vragen om innoverende en creatieve docenten (Van de Braak & Bruining, 2020). Innovatie en innovatie gaan hand in hand. Hierbij is het creatief proces om de originele en ideeën te ontwikkelen en innovatie het proces om nieuwe ideeën om te implementeren in de praktijk (Lambriex-Schmitz, 2020; Robinson, 2013). Voorwaardelijk voor het proces van innovatie is creativiteit (Lambriex-Schmitz ea, 2020). De docent heeft een voorbeeldrol. Studenten innoveren en creatief vermogen eigen maken, vragen om innoverende en creatieve docenten (Van de Braak & Bruining, 2020). Innovatie en innovatie gaan hand in hand. Hierbij is het creatief proces om de originele en ideeën te ontwikkelen en innovatie het proces om nieuwe ideeën om te implementeren in de praktijk wordt uitgevoerd (Lambriex-Schmitz, 2020; Robinson, 2013).

Het stimuleren, faciliteren, motiveren en daarmee het ontwikkelen en benutten van het innoverend vermogen ten behoeve van innovatie in de beroepspraktijk, onderwijsontwikkeling en de student is van groot belang, maar nog geen vanzelfsprekendheid binnen scholen (Van de Braak & Bruining, 2020). Dit vraagt aandacht voor docentprofessionalisering gericht op innoverend vermogen. De docent speelt een belangrijke rol in het vermogen van scholen om te kunnen innoveren (Kuijpers, Houtveen & Wubbels, 2010; Oude Groote Beverborg, 2015; Stoll, Bolam, McMahon, Wallace & Thomas, 2006). Dit betekent dat naast de prestaties van studenten, het innoverende vermogen van een school wordt beïnvloed door de kwaliteit van de innoverende docent (Runhaar, 2008; Vermeulen, 2016). Dit versterkt het belang van professionalisering dat dient aan te sluiten bij het stimuleren en uitdagen van het innoverend vermogen van docenten(teams), de organisatie en bij de manier van leren van de docent (Vermeulen, 2016). Het is duidelijk dat de mbo-docent wendbaar moet zijn en dat innoverend vermogen hiervoor noodzakelijk is. Echter, er is weinig zicht op het (stimuleren van) innoverend vermogen van de mbo-docent en opleidingsteams en wat bijdraagt om innoverend vermogen te ontwikkelen.

Het practoraat doet onderzoek naar eventuele bijdrage praktische tools, interventies en activiteiten hebben aan het innoverend vermogen van docenten (teams). De onderzoekslijn innoverend vermogen van de mbo-docent heeft als hoofdvraag; Welke (in)formele professionalisering(activiteiten) dragen bij aan het stimuleren en ontwikkelen van het mbo-innovatiedocent? Deze onderzoekslijn is gericht op:

  1. Wat innoverend vermogen van de mbo-docent is;
  2. Welke professionaliseringsactiviteiten bijdragen aan het stimuleren en ontwikkelen van het innoverend vermogen van docenten en docententeams;
  3. De opbrengsten en impact van professionalisering op de ontwikkeling van het innoverend vermogen van mbo-docenten (doorwerking);
  4. Hoe het leerproces van het stimuleren en ontwikkelen van innoverend vermogen verduurzaamd kan worden in de organisatie Landstede Groep. 

Onderzoeksopzet

Dit onderzoek bestaat uit een viertal fasen.

Fase 1:
In deze fase wordt door middel van theorie- en veldonderzoek bedacht wat innoverend vermogen is en invloedsfactoren er zijn. Zicht op deze factoren krijgen helpt om het innoverend vermogen te ontwikkelen (Klaeijssen, 2015). Mbo-docenten en andere actoren op micro- en mesoniveau worden betrokken bij het veldonderzoek zoals bijvoorbeeld teamleiders en praktijkbegeleiders, die zich bewegen in innovatieve praktijken binnenschools en innovatieve praktijken op het grensvlak van onderwijs en beroepspraktijk. Voorbeelden hiervan zijn de virtuele leeromgeving (VR) bij de Veiligheidsacademie en praktijkleerroutes binnen de opleidingen Zorg en Welzijn Kappers.

Fase 2:
In de tweede fase willen we het innoverend vermogen realiseren door in co-creatie ontwerpgericht (in)formele professionaliseringsactiviteiten te ontwerpen en uit te voeren. Met een ontwerpgerichte aanpak aanpak te denken, samen te werken en te onderzoeken om zo tot gericht innoveren en creatieve oplossingen te komen (Van Aken & Andriessen, 2011).

Fase 3:
In deze fase wordt bekeken wat de doorwerking en impact daarvan is. Tot slot is het stimuleren en ontwikkelen van het innoverend vermogen niet een innovatieve actie is, maar verduurzaamd wordt binnen de organisatie.

Fase 4:
In de vierde fase van het onderzoek wordt bekeken naar wat er nodig is om tot structurele verduurzaming te komen, ingebed in de lerende organisatie en passend bij de ambities van Landstede Groep.

Door inzicht te krijgen in innoverend vermogen en de professionalisering van mbo-docenten levert het practoraat Docentprofessionalisering een bijdrage aan innoverend eigentijds beroepsonderwijs binnen Landstede Groep.