Onderwijs krijgt een positieve boost door inzet van educatieve technologie
Het Expertise Centrum Extended Relity in Harderwijk zorgt voor naadloze inpassing in bestaande lessen.
Veel mbo-instellingen zoeken nog naar manieren om technologie goed in het onderwijs toe te passen. In Harderwijk laat Landstede al zien hoe dat kan. Op locatie Kranenburg werkt een team van zes collega’s aan innovatieve leervormen met onder meer virtual reality en kunstmatige intelligentie. Rutger Bronger en Teus Timmer maken deel uit van dit ExpertiseCentrum XR (ECXR). Hun ambitie: het verder uitbouwen tot een Centrum voor Educatieve Technologie.
Teus Timmer is beleidsadviseur Innovatie en Onderwijs bij Landstede Groep. In die rol houdt hij zich bezig met onderwijsvernieuwing, digitalisering en de samenwerking met partners in onderwijs en werkveld. Hij legt verbindingen tussen docenten, organisaties en technologische ontwikkelingen die het onderwijs verder kunnen brengen.
Collega Rutger Bronger werkt als coördinator binnen het ECXR. Hij houdt zich dagelijks bezig met de ontwikkeling en toepassing van nieuwe leertechnologieën, zoals virtual reality en simulaties in het onderwijs. Samen met collega’s en partners uit het werkveld onderzoekt hij hoe deze technologieën studenten beter kunnen voorbereiden op hun toekomstige beroep.
Waar komt het idee voor een ‘centrum’ vandaan?
Rutger:
‘De oorsprong ligt rond 2016. Toen startte Landstede met een Regionaal Investeringsfonds via de Veiligheidsacademie Noordwest-Veluwe. We zagen dat er soms een gat zat tussen wat studenten op school leerden en wat ze later in het werkveld tegenkwamen. Studenten hadden niet altijd een goed beeld van het beroep. Met nieuwe technologie, zoals virtual reality, konden we dat gat verkleinen.’
‘In een VR-omgeving kun je bijvoorbeeld een realistische situatie nabootsen waarin een student moet handelen. Dat kan veilig, herhaalbaar en zonder dat je meteen in een echte praktijksituatie zit. In de eerste jaren hebben we daar veel ervaring mee opgedaan. Uiteindelijk leidde dat tot een expertisecentrum voor eXtended Reality.’

Wat is er sinds die tijd veranderd?
Teus:
‘De technologie heeft zich snel ontwikkeld. Virtual reality was eerst de hoofdzaak, maar inmiddels hebben we het breder getrokken. Denk aan augmented reality en ook toepassingen van AI. Daarom spreken we nu over educatieve technologie in bredere zin.’
‘Met een tweede Regionaal Investeringsfonds zijn we verder gaan bouwen. Inmiddels werken er meer dan veertig partners mee: onderwijsinstellingen, bedrijven en organisaties uit het werkveld. Samen onderzoeken we hoe technologie het leren kan versterken.’
Wat moet het toekomstige centrum gaan doen?
Rutger:
‘We zijn onderweg naar een Centrum voor Educatieve Technologie. Dat wordt een plek waar innovatie, onderzoek en onderwijs samenkomen. Het gaat niet alleen om technologie ontwikkelen, maar vooral om de vraag: hoe helpt het studenten beter leren?’
‘Het centrum moet docenten ondersteunen bij het inzetten van nieuwe technologie in hun onderwijs. We willen dat docenten zich kunnen richten op lesgeven, terwijl wij helpen met de technische en didactische kant.’

Waarom is dit belangrijk voor Landstede?
Teus:
‘Studenten veranderen. Jongeren zijn gewend om informatie op een andere manier tot zich te nemen. Ze kijken video’s, spelen games, leren via interactieve media. Als onderwijsinstelling moet je daar iets mee.’
‘Maar het gaat niet alleen om de student. Ook het werkveld verandert snel. In zorg, veiligheid en techniek wordt steeds vaker met technologie gewerkt. Als wij studenten daarop willen voorbereiden, moeten ze daar al tijdens hun opleiding ervaring mee opdoen.’
Hoe ziet dat er in de praktijk uit?
Rutger:
‘Een mooi voorbeeld komt uit de zorg. Studenten moeten leren klinisch redeneren: een patiënt observeren, symptomen herkennen en beslissingen nemen. Dat kun je in de klas uitleggen, maar uiteindelijk moeten ze het vooral vaak oefenen.’
Teus vult aan:
‘Een achterliggende reden was ook het ontbreken van oefenplekken in de praktijk. De studenten misten beroepsbeeld, omdat Defensie geen ziekenhuizen heeft waar ze stage kunnen lopen.’
Rutger:
‘Daarom hebben we een VR-simulatie ontwikkeld waarin studenten aan het bed van een virtuele patiënt staan. Ze verzamelen informatie, analyseren de situatie en kiezen een behandeling. Ze kunnen dat meerdere keren oefenen en krijgen direct feedback. Daardoor maken ze sneller meters.’
Wat levert dat op voor docenten?
Teus:
‘Technologie kan het onderwijs efficiënter maken. Sommige oefeningen kosten normaal veel tijd of organisatie. Denk aan praktijksituaties met veel studenten tegelijk.’
‘In een simulatie kan een hele groep tegelijk oefenen. Daardoor houden docenten tijd over voor verdieping of extra begeleiding. Het doel is niet om minder les te geven, maar om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen.’
Wie kan bij het centrum terecht?
Rutger:
‘In eerste instantie natuurlijk docenten en teams binnen Landstede. Zij kunnen met vragen komen: hoe kunnen we technologie inzetten in ons onderwijs? Welke middelen zijn geschikt? Hoe implementeren we dat?’
‘Daarnaast werken we veel samen met het werkveld. Bedrijven en organisaties denken mee over de inhoud van de simulaties. Zo sluiten de oefeningen aan bij de praktijk waarin studenten straks gaan werken.’
Met wie werken jullie samen?
Teus:
‘Dat netwerk is flink gegroeid. In het huidige investeringsfonds werken meer dan veertig partners samen. Dat zijn onderwijsinstellingen, bedrijven en publieke organisaties.’
‘Die samenwerking is belangrijk. Technologie ontwikkelen kost tijd en geld. Door samen te werken kunnen we kennis delen en toepassingen maken die door meerdere opleidingen of instellingen gebruikt kunnen worden.’
Hoe past dit binnen passend onderwijs?
Rutger:
‘Simulaties bieden veel mogelijkheden om onderwijs toegankelijker te maken. Studenten kunnen bijvoorbeeld op hun eigen tempo oefenen. En situaties die in het echt moeilijk te organiseren zijn, kun je toch aanbieden.’
Teus vult aan:
‘Dat geldt ook voor differentiatie op hetzelfde moment. De ene student speelt een militaire applicatie, de ander oefent in Sharecare. Je kunt dat naast elkaar en dus gelijktijdig aanbieden.’
Rutger:
‘Bovendien kun je leerervaringen herhalen. Als een student een vaardigheid nog niet beheerst, kan hij of zij die opnieuw oefenen zonder dat er meteen een echte praktijksituatie nodig is.’
Waar staan jullie nu?
Teus:
‘We zitten midden in de ontwikkeling. Het centrum bestaat nog niet officieel, maar de bouwstenen liggen er al. We hebben een team, we hebben partners en we hebben een groeiend aantal toepassingen.’
‘De komende jaren werken we verder aan het uitbouwen van die structuur. Denk aan opleidingen voor docenten, nieuwe toepassingen en een bredere inzet binnen Landstede.’
En hoe ziet de toekomst eruit?
Rutger:
‘Ons doel is dat Landstede een plek heeft waar kennis over educatieve technologie samenkomt. Waar docenten ondersteuning krijgen, waar nieuwe toepassingen worden ontwikkeld en waar samenwerking met het werkveld vanzelfsprekend is.’
Teus knikt instemmend: ‘We staan nog aan het begin. Maar we geloven dat simulatieleren het onderwijs kan verrijken, zolang het altijd in dienst staat van het leren. Daar werken we elke dag aan.’
